Redactioneel
Taal, klank en begrip

Nu de media begonnen zijn ook niet-corona-nieuws aan de orde te stellen, wil ik ook eens een andersoortig onderwerp bespreken. Ik wil het hebben over taal en klank. Als je mensen verschillende talen hoort spreken hoor je grote verschillen. De klank van bv. Nederlands, Duits en Engels is heel verschillend. En binnen die talen kom je onderling sterk verschillende vormen van uitspraak tegen. We groeien op met een bepaalde uitspraak en bewaren die in meer of minder sterke mate ons leven lang. Amsterdammers blijven meestal een ‘z’ aan het begin van een woord als een ‘s’ uitspreken. Hagenaars zullen de neiging behouden een ‘ei’ of ‘ij’ zo uit te spreken dat deze een ‘e’-achtige klank vormen. Zuiderlingen behouden hun zachte ‘g’, enz. enz.

Opmerkelijk is het feit dat drie bijbelvertalingen een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van respectievelijk het Duits, Engels en Nederlands. Dat zijn de vertaling van Luther (compleet in 1534), de King James Version (1611) en de Statenvertaling (1637). Ook al zijn er later veel andere vertalingen geproduceerd, nog altijd worden die drie genoemde vertalingen als klassiek beschouwd. Het is de kracht van hun taal die hen nog altijd waardering doet toekomen. Juist daar waar men met het lezen van de bijbel vertrouwd was en is, ziet men die gehechtheid aan de oude, bekende taal naar voren komen.

Niettemin zijn er steeds nieuwe vertalingen verschenen, steunend op betere bronnen, want we moeten bedenken dat van geen van de bijbelse geschriften een oorspronkelijk exemplaar is overgeleverd. We moeten het doen met handschriften uit latere tijden. Dat zijn kopieën van kopieën met op den duur bepaalde varianten. Toch mag je zeggen dat er een grote mate van betrouwbaarheid bestaat bij die overleveringen. Om één voorbeeld te noemen: handschriften uit Qumran, gevonden in de vorige eeuw, stemmen sterk overeen met Oudtestamentische teksten van handschriften van eeuwen later.

Toch treft men in uitgaven van het O.T. in het Hebreeuws en in die van het N.T. in het Grieks veel, soms toch belangrijke, varianten aan, vermeld in een notenapparaat van wetenschappelijke uitgaven. Aan de andere kant hebben de “moderne” talen allerlei ontwikkelingen doorgemaakt, waardoor de oude vertalingen soms niet meer worden begrepen. Zo luidde het begin van het boek Prediker: “IJdelheid der ijdelheden…” Moderne jongeren denken bij ‘ijdelheid’ aan iets anders dan hier bedoeld. En ze kennen bv. het woord ‘kribbe’ vaak ook niet meer. Onder andere om die misverstanden te voorkomen is men nieuwe vertalingen gaan maken of is men, zoals bij de Statenvertaling, deze gaan “hertalen”.

Het begin van het boek Prediker luidt dan anders. En ‘kribbe’, gehandhaafd in de hertaling van de Statenbijbel, luidt in de Nieuwe Vertaling ‘voederbak’. Toch betekenen die veranderingen voor mensen die vertrouwd waren met de hun bekende klanken vaak iets van een verlies. Wij hechten aan vertrouwde klanken. Zo zijn er bv. veel moslims die diep getroffen worden door de klank van de Arabische tekst van de koran, al begrijpen zij daar geen woord van. De klank alleen heeft als het ware een magische uitwerking.

Het is van belang dat met de Reformatie zo’n waarde is gehecht aan een lezen èn begrijpen van de bijbel door alle gelovigen. Daarom werd in 1575 in ons land de Leidse Universiteit, als eerste universiteit in ons land, gesticht, namelijk om predikanten op te leiden die goed waren toegerust voor hun taak. En eeuwen lang werden daar theologen opgeleid die in staat waren om de bijbel in de grondtekst (Hebreeuws, Aramees en Grieks) te lezen. Aan de andere Nederlandse universiteiten werd dit uiteraard ook zo gedaan. Zo leerde men de bijbel goed te verstaan, maar ook kritisch te lezen. Je ziet dan een samengaan van taal, klank en begrip.

Ook als je de bijbel niet langer ziet als een door God geopenbaarde reeks geschriften, maar als een product van mensen uit lang vervlogen tijden, gevormd door een andere cultuur, blijft het lezen van die oude boeken van betekenis. In de eerste plaats, omdat ze voor een deel boeiende getuigenissen vormen van menselijk leed en vreugde. In de tweede plaats omdat onze cultuur in zo’n sterke mate is gevormd door bijbelse verhalen en motieven. En in de derde plaats vanwege de rijkdom van de taal der boeken. Het is een waardevol tijdverdrijf eens een stukje te lezen in verschillende vertalingen en dan de taal en klank daarvan met elkaar te vergelijken.

dr. Rob Nepveu


Ruimte

Afgelopen maand moest er een nieuwe vloer gelegd worden. Dagen zijn we bezig geweest om het huis leeg te halen. Nadat de meeste spullen op de gang stonden, waren we verbaasd over de enorme ruimte in ons huis.
Ruimte is een levensvoorwaarde. Daar zijn de meeste mensen het wel over eens. Niet de ruimte zoals de nazi’s die in de oorlog zochten: Lebensraum, machtsuitbreiding ten koste van alles en iedereen.
Nee, ruimte in de kwalitatieve zin van armslag, perspectief, frisse lucht om adem te halen, uit de benauwdheid weggenomen worden, een eigen plek om te leven, een eigen plek om te denken zoals je wilt denken.
Als een mens in de ruimte wordt gesteld, dan valt dat samen met zich verlost weten. We kennen allemaal wel dat gevoel: te horen krijgen dat het niet zo erg is als je dacht – dan kun je weer ruim ademhalen. Een last is weggenomen. Er is bevrijding en hoop.

Iemand zei ooit: ‘ruimte is iets dat je beleeft als je de grenzen kent.’ Dat ervaren wij nu in deze coronatijd – de grenzen aan waar we mogen zijn en wat we mogen doen.
Tegen grenzen loopt ook Isaak op in de strijd om waterputten voor zijn vee. (Genesis 26: 1-23) Isaak is verdreven uit zijn land vanwege hongersnood. Hij is te gast in het buurland van de Filistijnen. Daar krijgt hij de ruimte om zijn veebedrijf uit te oefenen.
Hij is een succesvolle nomadenvorst en zijn succes is zó groot dat anderen zich daaraan ergeren. Dat komt vaker voor tussen mensen én in de beste families. Isaaks vijanden weten hem op de zwakste plek te treffen: de waterbronnen voor het vee. Gooi de waterbronnen van een veeboer dicht met grond en het is gebeurd. Wie geen bron meer heeft moet of vechten of verder trekken. En Isaak is vreemdeling in een vreemd land, dus hij vermijdt de strijd en trekt verder. Een nieuwe waterput wordt gegraven – dat levert strijd op (Esek) ruzie heet de put. Nog maar een nieuwe waterput graven – weer strijd: Sitna (twist). En dan de derde put – geen ruzie, he he eindelijk ruimte Rechobot –( de Heer heeft mij ruimte gegeven.)

In het midden van de 19e eeuw kwam er een scheuring in de Nederlandse kerk. De afgescheidenen ondervonden onderdrukking – ze liepen tegen grenzen aan. Er was geen ruimte voor hun manier van geloven, dus vertrokken ze massaal naar Amerika – In Holland Michigan streken er velen neer, bouwden kerken en noemden die allemaal Rechobot . In 1976 reed ik met mijn ouders door Holland Michigan en we passeerden de ene Rechobot-kerk na de andere. Allemaal met omheiningen eromheen. Want de ruimte van iedere Rechobot kerk werd beperkt voor de eigen gelovigen. Voor anderen, anders denkenden was er geen ruimte. Ieder z’n eigen bronnen van geloof.

Het verhaal van Isaak geeft ook signalen naar het sociale leven. Hoever laten wij de mensen om ons heen de vrijheid in hun behoefte aan ruimte. Wat en wie laten we toe?
Laten we eerlijk zijn: we kunnen soms ergerniswekkend benauwd reageren op de expansiedrift van mensen. Mensen kunnen heel klein en bekrompen zijn. Met alle macht eigen bronnen en putten beschermen en die van anderen als vervelende Filistijnen dichtstoppen.
Isaak leert ons een goede les: hij vermeed de strijd en ging net zo lang door tot hij weer échte ruimte vond.

Ruimte is geen statisch gegeven – je kunt hem scheppen voor geloof, de medemens en voor het samenleven met anderen, in huis en in de maatschappij. Ruimte scheppen voor een ander, kan in feite alleen maar als je ruimte hebt in jezelf. Dat sluit mooi aan bij oude woorden van Paul van Vliet:

De ruimte van je hart
bepaalt de vrijheid van je leven
De ruimte van je hart bepaalt de
warmte van je huis
Zolang je hart maar vol is heb je iets te geven

A. Fr. v. der Meiden

Ons rugzakje

Het is al weer een aantal jaren geleden dat de vrijzinnige predikant Klaas Hendrikse een boekje schreef onder de titel Geloven in een God die niet bestaat. Het werd een bestseller. Hendrikse was een atheïstische theoloog, die zich niet langer kon vinden in het traditionele godsgeloof. Daarin wordt God voorgesteld als een persoonlijk wezen dat ingrijpt in de gang der natuur en het leven van mensen. Mede door de verschrikkelijke dingen door het nationaalsocialistische bewind in het Westen begaan en die door de Japanners in het Oosten, zijn velen hun geloof in God, zoals dat in de traditie leefde en deels nog wordt geleerd, kwijt geraakt. Daarom sloeg het boek van ds. Hendrikse zó aan. Men herkende zich in diens problemen met de bestaande theologie. Hij aanvaardde echter de mogelijkheid toch zinvol over God te spreken zonder de oude voorstellingen aangaande God op te vatten als feitelijk juist. Het ging hem om een spreken over God in de trant van een “alsof”. Je kunt dan spreken van een symbolische betekenis.

Maar er is iets anders dat zijn boek interessant maakt. Dat is het beeld van een rugzakje dat we allemaal, ons leven lang, met ons meedragen. Het is een heel verhelderend beeld. Dat rugzakje bevat de erfenis die wij met ons meenemen en die bestaat uit het geheel van al wat wij in ons leven hebben ontvangen, bestaande uit ervaringen, opvattingen en overtuigingen, en onze verwerking daarvan. Hendrikse wijst erop dat wij steeds weer nieuwe dingen in dat rugzakje stoppen, maar er ook dingen uithalen. Dat betekent dat we, zo lang wij leven, nieuwe indrukken ontvangen en nieuwe inzichten opdoen. Maar soms halen we ook dingen uit ons rugzakje, die we niet meer aanvaarden. Ik herinner mij dat indertijd de vrijzinnig-hervormde predikant in Rijswijk, ds. P. Jonges, ons voorhield dat je nooit bij het doen van belijdenis kan beloven later altijd vast te houden aan het geloof dat je nu huldigt. Hij zag in, dat mensen zich gedurende hun leven blijven ontwikkelen. Dat geldt ook voor het geloof. En het was prof. dr. L.J. van Holk, godsdienstwijsgeer in Leiden, die ons, studenten, voorhield eens in de vijf jaar eens na te gaan wat je dan gelooft en vast te stellen hoe je geloofsinhoud eventueel is veranderd.

Nu we meer thuis moeten blijven is het misschien zinvol eens ons rugzakje te inspecteren. We zullen dan waarschijnlijk zien hoe we in de loop van de tijd, wellicht onbewust, heel andere opvattingen zijn gaan huldigen. Maar we zullen ongetwijfeld op verschillende punten ook op overtuigingen stuiten die niet veranderd zijn. Ieders rugzakje bevat een persoonlijke inhoud. Het is boeiend om, als we weer samen kunnen komen, met elkaar opnieuw in gesprek te komen en elkaar te verrijken met die onderling verschillende inhoud van onze rugzakjes. Want dat maakt een vrijzinnige gemeenschap zo boeiend. We zijn geen gelóófsgemeenschap in de zin, dat wij één en hetzelfde geloof delen, maar wèl een gemeenschap in die zin, dat we in alle openheid met elkaar willen delen in wat we gedurende ons leven aan inzichten en overtuigingen hebben verworven. De gedachten van anderen kunnen ons verrijken, en daar waar wij van inzicht verschillen ons helpen ons meer bewust te maken van onze eigen overtuiging.

dr. Rob Nepveu

 
 
     
  U bent welkom in de Wilhelminakapel aan de Wilhelminaweg 7 - 3603 CR Maarssen

de Wilhelminaweg is het verlengde van de Schippersgracht langs/ achter kasteel Bolenstein